Het gebruik van het handelaarskentekenbewijs is beperkt tot:
-
voertuigen die tot uw bedrijfsvoorraad behoren en/of
-
voertuigen die voor herstel of bewerking bij u zijn gebracht en/of
-
voertuigen waarvoor (nog) geen kenteken is afgegeven (en fysiek tot uw (bedrijfs)voorraad behoren)
Het gebruik van het handelaarskenteken moet direct verband houden met de door uw bedrijf opgegeven bedrijfsactiviteiten. Dit betekent dat u het handelaarskenteken bijvoorbeeld niet mag gebruiken voor uitleendoeleinden.
Altijd origineel kentekenbewijs meenemen
Als u met handelaarskentekenplaten rijdt, moet u altijd het originele handelaarskentekenbewijs bij u hebben, dus geen kopieën. Ook moeten de kentekenplaten op de daarvoor bestemde plaats zijn bevestigd.
Toegestaan gebruik handelaarskentekenplaten
U mag de handelaarskentekenplaten alleen in Nederland gebruiken. Er zijn echter drie landen waar het gebruik ook is toegestaan, maar wel met beperkingen. Hieronder kunt u lezen welke beperkingen dat zijn.
België en Luxemburg
In België en Luxemburg mag u handelaarskentekens uitsluitend voor het afleveren of ophalen van een voertuig in het kader van koop en verkoop van het voertuig gebruiken. U mag handelaarskentekens in die landen dus niet gebruiken voor een proefrit.
Duitsland
U mag het handelaarskenteken ook gebruiken in Duitsland. Echter alleen bedrijfsauto’s mogen met een Nederlands handelaarskenteken in Duitsland rijden.
Deze bedrijfsauto’s mogen daar alleen rijden in direct verband met opbouw, ombouw of herstelwerkzaamheden die daarmee te maken hebben. U moet een schriftelijke bevestiging van de werkplaats bij u hebben waarmee dit kunt aantonen. In de bedrijfsauto moet naast de voertuigpapieren een geldig verzekeringsbewijs (de groene kaart) aanwezig zijn.
Bewaren handelaarskentekenbewijs en kentekenplaten
Als u het handelaarkentekenbewijs of kentekenplaat niet gebruikt, moet u het bewaren in een goed afsluitbare voorziening.