Navigatie overslaan Direct naar zoeken

Typegoedkeuringen

De RDW krijgt regelmatig vragen over de toelating van voertuigen op de openbare weg. Wat zijn de regels voor het toelaten van voertuigen en hoe zorgen we dat het wegverkeer in Nederland veilig is en blijft? Het toelaten van voertuigen is één van onze kerntaken

Auto’s, motoren, brommers, kampeerauto’s, bedrijfswagens, opleggers; in Nederland rijden ongeveer 15,5 miljoen wegvoertuigen. Deze voertuigen beschikken allemaal over een goedkeuring om aan het verkeer deel te nemen. Voordat ze de openbare weg op mogen, moeten deze voertuigen worden toegelaten op basis van regelgeving. Dat kan Europese of nationale regelgeving zijn en gebeurt volgens de eisen van een Europese Typegoedkeuring, nationale goedkeuring of volgens een individuele keuring. Zonder goedkeuring kan de RDW geen kenteken afgeven.  

Tesla KOM-baan RDW Testcentrum Lelystad

Toelatingsroutes in Europa 

Wanneer een voertuig wordt toegelaten tot de weg in Nederland of de Europese Unie, zijn er verschillende goedkeuringsroutes mogelijk. Welke route van toepassing is, hangt af van de juridische en feitelijke status van het voertuig. Daarbij spelen factoren een rol zoals of het voertuig nieuw of gebruikt is, of er al een Europese typegoedkeuring bestaat en in hoeverre het voertuig technisch aan de geldende eisen kan voldoen.

Binnen de Europese Unie geldt als uitgangspunt dat voertuigen vooraf moeten zijn goedgekeurd voordat zij op de markt worden gebracht en geregistreerd. Dit systeem van voorafgaande typegoedkeuring is vastgelegd in Verordening (EU) 2018/858.

In Europa bestaan onder meer de volgende toelatingsroutes voor voertuigen:

  • Europese typegoedkeuring (Whole Vehicle Type Approval – WVTA), voor voertuigen die in grotere aantallen worden geproduceerd;
  • Europese typegoedkeuring voor kleine series;
  • Nationale typegoedkeuring voor kleine series;
  • Europese individuele goedkeuring (artikel 44 van Verordening (EU) 2018/858);
  • Nationale individuele goedkeuring (artikel 45 van Verordening (EU) 2018/858). 

Europese typegoedkeuring

Als een fabrikant een nieuw type voertuig op de markt wil brengen, wordt deze eerst uitvoerig beoordeeld door een Europese voertuigautoriteit, zoals de RDW. De meeste landen hebben zo’n voertuigautoriteit, zo zijn er meerdere in Europa. Een Europese goedkeuring door zo’n autoriteit is geldig in alle lidstaten. Dat noemen we dan een Europese Typegoedkeuring. Het voertuig mag zonder verdere keuring worden toegelaten tot de weg in Nederland en andere Europese landen.

Bij de Europese typegoedkeuring wordt gekeken naar meer dan 50 verschillende controlepunten waarmee wordt vastgesteld dat het voertuig aan de Europese regelgeving voldoet. Voor ieder onderdeel wordt een soort deelcertificaat afgegeven. Alle certificaten bij elkaar vormen de typegoedkeuring.

Als is vastgesteld dat het voertuig aan de Europese regelgeving voldoet én als het productieproces is beoordeeld en akkoord bevonden, wordt een typegoedkeuring afgegeven. Hiermee wordt gewaarborgd dat elk volgend geproduceerd exemplaar net zo veilig is als het goedgekeurde voertuig.

De fabrikant blijft na de toelating verantwoordelijk voor de productveiligheid. Wanneer een nieuw type voertuig is goedgekeurd door de RDW of een andere Europese voertuigautoriteit dan mag deze in Europa worden verkocht. En mag het voertuig in Europa de weg op. Ogenschijnlijk dezelfde voertuigen binnen en buiten Europa kunnen van elkaar verschillen, omdat deze voertuigen aan andere eisen moeten voldoen. De RDW houdt toezicht op gekentekende voertuigen en voertuigen met een typegoedkeuring. Dit doen we doormiddel van onder andere:

  • toezicht op de conformiteit van productie van voertuigfabrikanten
  • emissietesten bij voertuigen in gebruik
  • beoordelen van mogelijke terugroepacties (en andere maatregelen door de fabrikant) en toezicht houden op de terugroepverlichting van producenten en distributeurs in Nederland (recall) de APK. Bij een steekproef beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de uitgevoerde APK-keuring. Bij een periodiek controlebezoek toetst de RDW vooral of de erkenninghouder zich aan de erkenningseisen en voorschriften houdt.   

Wanneer geen Europese typegoedkeuring beschikbaar is, kan in bepaalde gevallen een individuele goedkeuring worden aangevraagd. 

Nationale typegoedkeuring 

Nationale typegoedkeuring is alleen geldig voor registratie in Nederland. De RDW kan een ander lidstaat verzoeken om de nationale goedkeuring te accepteren. Dan kan een voertuig met onze goedkeuring bijvoorbeeld ook in Duitsland worden geregistreerd. Als de eisen van een andere lidstaat grotendeels overeenkomen, is dit een mogelijkheid. De lidstaat zelf beslist te allen tijde of de goedkeuring wel of niet wordt geaccepteerd. Voor (land)bouwvoertuigen wordt gewerkt aan een nationale goedkeuring. De mobiele machine heeft op dit moment geen kaderverordening. De RDW sluit zo veel mogelijk aan op het Europees model, zodat de goedkeuring toekomstbestendig is. Componenten worden op dit moment wel op Europees niveau goedgekeurd. 

Individuele typegoedkeuring

Een Europese individuele goedkeuring (artikel 44) kan worden verleend voor individuele voertuigen die volledig voldoen aan alle toepasselijke Europese eisen. Deze goedkeuring moet door alle lidstaten worden erkend. Deze route is beperkt tot bepaalde voertuigcategorieën (zoals M1 en N1) en onder specifieke voorwaarden, zoals de status van het voertuig (bijvoorbeeld nieuw of recent geregistreerd). 

Een nationale individuele goedkeuring (artikel 45) is bedoeld voor voertuigen die niet volledig aan alle Europese eisen kunnen voldoen, maar wel aan een door de lidstaat vastgesteld, zo hoog mogelijk veiligheidsniveau. Deze goedkeuring is in beginsel alleen geldig binnen de lidstaat die de goedkeuring verleent. Andere lidstaten kunnen deze goedkeuring erkennen, maar zijn daartoe niet verplicht.

Verschil tussen in toelating tussen Europa en VS

Het systeem voor voertuigtoelating in Europa verschilt van dat in de Verenigde Staten. In Europa wordt een nieuw type voertuig eerst beoordeeld door een voertuigautoriteit, zoals de RDW, voordat het op de markt mag worden gebracht. Daarbij wordt niet alleen gekeken of het voertuig aan de technische eisen voldoet, maar ook of het productieproces voldoende waarborgen biedt dat later geproduceerde voertuigen overeenkomen met het goedgekeurde type. Pas daarna wordt een typegoedkeuring afgegeven. 

Daarmee stopt het toezicht niet. Ook nadat een voertuig is toegelaten, houden voertuigautoriteiten en markttoezichtautoriteiten toezicht. Dat gebeurt onder meer via controle op de conformiteit van productie, emissietesten bij voertuigen in gebruik en het beoordelen van terugroepacties en andere maatregelen van fabrikanten. Ook houdt de RDW toezicht op de uitvoering van de APK en op de naleving van erkenningseisen en voorschriften. 

In de Verenigde Staten werkt het stelsel anders. Daar ligt de verantwoordelijkheid in beginsel primair bij de fabrikant, die zelf verklaart dat een voertuig aan de geldende regels voldoet. Het toezicht vindt daar in belangrijke mate achteraf plaats, bijvoorbeeld via controles, onderzoeken, handhaving en terugroepacties door de bevoegde autoriteiten. 

Wat dit in de praktijk betekent, is dat in Europa de nadruk sterker ligt op voorafgaande toelating én doorlopend toezicht, terwijl in de Verenigde Staten het accent meer ligt op zelfcertificering door de fabrikant en handhaving achteraf. Dat zijn twee verschillende systemen van borging. Tegelijk blijft in beide systemen de fabrikant verantwoordelijk voor de productveiligheid. 

______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Links