Voertuigautomatisering
Het niveau van automatisering in voertuigen voor het ondersteunen of vervangen van rijtaken van de bestuurder neemt steeds verder toe. Toepassing van software in voertuigen is al tientallen jaren aan de orde. Wel vindt er verschuiving plaats binnen deze toepassingen: van systemen die alleen ingrijpen bij risicovolle situaties naar (gedeeltelijke) automatisering van de rijtaken van de bestuurder. Een belangrijk doel bij automatisering is het verhogen van de verkeersveiligheid door menselijke fouten te elimineren. Anderzijds ontstaan als gevolg van de automatisering nieuwe risico’s voor de verkeersveiligheid.

Met de verregaande automatisering neemt het voertuig taken over van de bestuurder, inclusief het beoordelen van risico’s, het afgeven van signalen en het monitoren van de omgeving. De bestuurder is opgeleid om verantwoording te dragen voor alle rijtaken (level 0, 1 en 2 van automatisering), het rijbewijs is de basis waarop de bestuurder dit mag doen. Als het voertuig rijtaken overneemt (level 3, 4 en 5 van automatisering), betekent dit uiteindelijk dat ook de rijvaardigheid van het voertuig bij de goedkeuring getoetst moet worden. De software in het voertuig moet in staat zijn om alledaagse situaties correct te beoordelen en te interpreteren. Behoud van de kwaliteit van de menselijke bestuurder (improviseren) en weglating van de menselijk zwaktes (onafgebroken kunnen concentreren) is daarbij voorwaardelijk.
In moderne auto’s wordt software en hardware gebruikt. Krachtige computers verwerken informatie van verschillende sensoren en zetten dat om in signalen voor de auto en de bestuurder. De bestuurder blijft verantwoordelijk voor de rijtaak, maar wordt daarbij ondersteund door bijvoorbeeld de snelheidsbegrenzer of adaptive cruise control. Deze systemen vallen onder de categorie Advanced Driver Assistance Systems (ADAS). In het dossier Rijhulpsystemen lees je meer over deze systemen. De huidige rijhulpsystemen zijn bedoeld voor situaties waarin de bestuurder zelf de bediening houdt of die slechts tijdelijk en beperkt overlaat aan de auto onder zijn supervisie. Voor veilig gebruik van deze ADAS is het van belang dat de bestuurder de werking van de systemen kent en deze systemen gebruikt zoals bedoeld. Daarnaast moeten de systemen zodanig ontworpen zijn dat ze uitnodigen tot veilig gebruik.
Bij het ontwikkelen van internationale eisen voor ADAS worden kennisinstituten betrokken. ADAS-systemen die gebruik maken van de infrastructuur moeten om kunnen gaan met bijvoorbeeld belijning en bewegwijzering. Verkeersborden moeten duidelijk zijn en voldoen aan standaarden, zodat een voertuig ze kan lezen.
De hoeveelheid geautomatiseerde functies neemt toe. Fabrikanten gebruiken verschillende benamingen en functies werken op onderdelen verschillend. De signalen die de systemen aan bestuurders geven zijn zeer divers en worden niet altijd positief ervaren. Het komt voor dat bestuurders de systemen daarom uitzetten. De informatie over de systemen is wel beschikbaar, maar dit betekent niet dat de systemen worden begrepen. Kennisgebrek bij de bestuurder is een serieus probleem. De informatie is moeilijk te vinden en bij overdracht van een nieuw voertuig is weinig aandacht voor dit onderwerp. Bij tweedehands voertuigen is dit nog minder. De winst op het gebied van veiligheid wordt daardoor niet benut.
Vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is aandacht voor dit probleem.
Er zijn naast ADAS ook systemen die een stap verder gaan: Automated Driving Systems (ADS) nemen de rijtaken van de bestuurder over. Het systeem monitort de omgeving en initieert op basis van die analyse bijvoorbeeld een rem- of stuuractie. Een voorbeeld van een systeem uit deze categorie is Automated Lane Keeping, System (ALKS), waarbij het voertuig op de snelweg tot 130 km/u binnen de rijstrook blijft en van rijstrook kan wisselen zonder aanvullende actie van de bestuurder. Onze rol De RDW is zowel nationaal als internationaal betrokken bij ADAS en ADS. De taken en de rollen van de RDW zijn:
- goedkeuringsautoriteit;
- toezichthouder op de mobiliteitsmarkt;
- toezichthouder in de gebruiksfase van een voertuig;
- registratie-autoriteit en informatieverstrekker;
- vertegenwoordiging van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in internationale overleggen voor ontwikkeling van technische voertuigeisen.
Door het strategisch plan verkeersveiligheid 2030 en zeker het OVV-rapport 'Wie stuurt' is er nationaal veel aandacht voor de kansen, veiligheidsaspecten en ook de risico's van ADAS en ADS. De RDW trekt graag samen op met andere partijen en is om die reden partner in de ADAS Alliantie. De belangrijkste doelstelling van deze alliantie, een samenwerking van 60 organisaties, is het verhogen veilig gebruik ADAS, voor meer veiligheid, duurzaamheid en doorstroming. Nationaal richt de RDW zich de komende periode onder andere op standaardisering van de naamgeving als voorwaarde voor een mogelijke registratie van een rijhulpsysteem en het leveren van een bijdrage aan de doelstellingen van de ADAS-alliantie. Internationaal werkt de RDW mee aan diverse ontwikkelingen:
- In CITA-verband werken wij mee aan APK-eisen voor rijhulpsystemen en zijn wij betrokken bij uitwerking van de specificaties van de ADAS-elementen binnen de Algemene Veiligheidsregeling waaronder de intelligente snelheidsbegrenzer en systemen voor vermoeidheids- en aandachtswaarschuwing. De General Safety Regulation is ingegaan op 6 juli 2022. CITA is de internationale vereniging van publieke en private organisaties die zich bezig houden met de APK.
- De RDW speelt een belangrijke rol in UNECE- en EU-werkgroepen voor het uitwerken van toelatingseisen voor geautomatiseerde systemen. UNECE staat voor The United Nations Economic Commission for Europe.
- In dit kader denkt de RDW na over de eisen voor een typegoedkeuring op basis van (nieuwe) functionele eisen en bijbehorende test/validatiemethoden. De kwaliteit van de interactie van het voertuig en de bestuurder wordt daarin meegenomen, evenals beoordeling van de rijvaardigheid van het voertuig en de mate waarin back-ups van de systemen aanwezig moeten zijn in het geval er technisch falen optreedt. De typegoedkeuring is geen eenmalige beoordeling vooraf, maar ook de prestaties in de praktijk worden meegewogen voor de instandhouding.
- Data-registratie waarmee in geval van ADS kan worden geanalyseerd wat er vlak voor een ongeval is gebeurd. Wie was verantwoordelijk voor de besturing en is hier op de juiste manier invulling aan gegeven?
- Aanscherpen van (security)eisen voor software en de wijze van toetsing.
Onderstaande uitleg gaat specifiek over de processen die er zijn voor voertuigen van categorie M, N, O. De EU-kaderverordening 2018/858 die voor deze categorieën geldt kent bepalingen waarmee fabrikanten de mogelijkheid hebben om innovaties op een gecontroleerde manier te introduceren op de Europese markt.
Testen van een prototype voertuig op de Nederlandse weg
De RDW is een van de typegoedkeuringsautoriteiten in Europa. Dat betekent dat voertuigen die wij toelaten tot de markt voldoen aan alle wettelijke eisen die binnen Nederland en de EU worden gesteld. Wanneer er voor bepaalde innovatie nog geen wetgeving is heeft de RDW bevoegdheden om voertuigen onder strikte voorwaarden wel toe te laten met een tijdelijke, nationale en individuele typegoedkeuring. Fabrikanten kunnen aanvragen hiervoor bij ons doen. Zij kunnen hiermee hun voertuigen veilig en verantwoord op de Nederlandse weg testen, als voorbereiding op een mogelijke typegoedkeuringsaanvraag. Daarnaast gebruikt de RDW de opgedane praktijkervaring voor het verbeteren van toekomstige regelgeving.
Prototype voertuigen moeten – net zoals ieder ander voertuig – voldoen aan de geldende veiligheidseisen. Deze prototypes worden dan ook uitvoerig en zorgvuldig getest voordat ze goedkeuring krijgen om op de Nederlandse weg te rijden. Als het voertuig aan alle eisen voldoet, mag het onder strikte voorwaarden op de Nederlandse weg rijden. Zo moet de fabrikant zich onder andere houden aan de voorwaarden rondom het testgebied, de duur van de test en de verzekering en aansprakelijkheid. Ook wordt het voertuig altijd bestuurd door een veiligheidschauffeur (safety driver). Deze kan direct ingrijpen als het nodig is.
Wanneer bovenstaande proces is doorlopen kan er een goedkeuring worden afgegeven die geldig is in Nederland (nationale individuele goedkeuring). Om met de individuele prototype voertuigen in andere landen binnen de gehele EU te mogen rijden moeten fabrikanten de procedures van dat land volgen om daar met een prototype mogen testen.
Procedure voor introductie van nieuwe technologieën op de EU markt (categorie M, N O)
Om voertuigen met dergelijke innovaties die niet in de huidige regelgeving passen op de markt te brengen moet de fabrikant een EU typegoedkeuring met ontheffing verkrijgen. Daarvoor kent de EU wetgeving een procedure die beschreven staat in artikel 39 van de EU kaderverordening 2018/858.
Voordat een aanvraag voor deze typegoedkeuring met ontheffing kan worden ingediend, moet eerst worden aangetoond dat de betreffende voertuigen of systemen veilig zijn. Hiervoor moet de fabrikant een testprocedure doorlopen bij een typegoedkeuringsautoriteit. In Nederland is dit de RDW. Pas als de fabrikant kan bewijzen dat er voldaan is aan de eisen van artikel 39 kan de typegoedkeuringsautoriteit namens de fabrikant een verzoek tot ontheffing indienen bij de Europese Commissie. Voor goedkeuring is een meerderheid van stemmen binnen het verantwoordelijke comité vereist. Wanneer deze meerderheid vóór stemt, krijgt de fabrikant een ontheffing voor de nieuwe technologie. Deze ontheffing is dan geldig in alle lidstaten, waarmee de technologie in de hele EU op de markt kan worden gebracht.
Vooruitlopend op de stemming in het EU-comité mag de typegoedkeuringsautoriteit de typegoedkeuring al afgeven voor het eigen land. Andere lidstaten mogen deze goedkeuring overnemen of afwachten tot de stemming in het EU-comité is geweest.
Na een positief besluit van het EU-comité zal de Europese Commissie volgens artikel 40 van de kaderverordening 2018/858 een procedure in gang zetten om nieuwe regelgeving te maken waarmee de nieuwe technologie binnen de scope van de reguliere voertuigregelgeving gaat vallen. Tot die tijd mag een fabrikant zijn typegoedkeuring met ontheffing gebruiken op de Europese markt.