RDW constateert afwijkend emissiegedrag

Zoetermeer, 14 oktober 2016
 
De RDW heeft naar aanleiding van het Volkswagenschandaal het emissiegedrag van 30 voertuigen onderzocht. Het emissiegedrag van de helft van de voertuigen blijkt op de weg significant hoger dan tijdens de toelatingstest. De RDW heeft om dit te testen, met ondersteuning van TNO, een speciaal testprotocol ontwikkeld. De geconstateerde afwijkingen volgen uit het variëren met de snelheid, tijd, afstand of buitentemperatuur. Deze afwijking is in basis verboden, tenzij aantoonbaar een noodzaak voor is om bijvoorbeeld motorschade te voorkomen. De RDW gaat een aantal voertuigen met afwijkend emissiegedrag nader onderzoeken op een rollentestbank, om zo een nauwkeuriger beeld te krijgen van de geconstateerde afwijkingen. Fabrikanten moeten aantonen dat het emissiegedrag onder de toegestane uitzonderingen valt. Wanneer de aansturing van het emissiesysteem ontoelaatbaar blijkt, kan dit leiden tot een terugroepactie en in het uiterste geval tot het intrekken van de typegoedkeuring.
 
Wanneer een voertuig tijdens de toelatingstesten voor nieuwe auto’s herkent dat het getest wordt en daardoor alleen tijdens deze test beter emissiegedrag vertoont, dan spreekt men van een ‘defeat device’.
 

Afwijkend gedrag

Tijdens het onderzoek heeft de RDW de volgende conclusies getrokken:
  1. Het door de RDW, met ondersteuning van TNO, ontwikkelde testprotocol voldoet als indicatie voor het aantonen van afwijkend emissiegedrag.
  2. De testen bevestigen dat de uitstoot op de weg hoger is dan de limiet bij de huidige rollenbanktest.
  3. Bij de helft van de voertuigen is afwijkend emissiegedrag geconstateerd.
  4. Bij de andere helft van de voertuigen is geen afwijkend emissiegedrag geconstateerd.
  5. De Real Driving Emissions (RDE) test schetst een reëler beeld van de werkelijke uitstoot.
De conclusies heeft de RDW gedeeld met de betreffende fabrikanten. De RDW stelt het rapport openbaar beschikbaar.
 

Toezicht

De fabrikanten van auto’s waarin een afwijkend emissiegedrag is aangetroffen worden hierop aangesproken door de RDW. Ze moeten aantonen dat dit onder de toegestane uitzonderingen valt. Afhankelijk van de geleverde bewijslast neemt de RDW vervolgstappen. Indien het bewijs onvoldoende is dan moeten noodzakelijke verbeteringen in nieuwe auto’s zo snel mogelijk doorgevoerd worden. Daarnaast moeten de fabrikanten ook onderzoeken of noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd kunnen worden in bestaande voertuigen.

Meer uitstoot in praktijk dan bij typegoedkeuringstest

Het beeld uit de test komt overeen met het eerdere beeld uit het TNO-rapport ‘Steekproefprogramma Emissies’ en met testen die zijn uitgevoerd door andere landen. Nederland heeft zich sinds 2010 hard gemaakt voor een extra praktijktest om emissie-uitstoot te meten voordat voertuigen in Europa worden toegelaten. Deze test is vanaf 2017 Europees verplicht. De resultaten van het gedane RDW-testprogramma bevestigen dat de praktijktest een reëler beeld schetst van de werkelijke uitstoot.
 

Wettelijk kader

De Europese toelatingsautoriteiten controleren voertuigen volgens eisen die beschreven staan in de regelgeving. Momenteel werkt de Europese commissie aan een nadere definitie van wat wel en niet toegestaan is qua afwijkingen op de emmissiewaarden op basis van snelheid, tijd, afstand of buitentemperatuur. Voor de RDW is deze definitie bepalend voor het toezicht op voertuigtoelating. Zo kan er in Europa op een uniforme manier gewerkt worden aan het verlagen van de uitstootwaarden van de huidige en toekomstige auto’s.


Bekijk het rapport in het Nederlands Programma emissietesten RDW.
More information in the English version RDW emission test programme. 

Ga naar de navigatie