Aansluitvoorwaarden gegevensverstrekking rijbewijzenregister boa 2026
Aansluitvoorwaarden voor overheidsorganen waarvoor buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam zijn voor verstrekking van de pasfoto uit het rijbewijzenregister.
In deze voorwaarden wordt verstaan onder:
- Aansluiting: de technische koppeling van een Overheidsorgaan op een voorziening voor digitale gegevensuitwisseling.
- Aansluitverzoek: verzoek om een aansluiting tot stand te brengen.
- Aanvraag: ieder verzoek tot levering van pasfoto’s uit het rijbewijzenregister.
- Boa: buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam in domein I dan wel domein II zoals bedoeld in de Regeling.
- Derden: (rechts)personen die in opdracht van één of meer overheidsorganen geheel of gedeeltelijk de verwerking van de RDW verkregen pasfoto’s voor hen uitvoeren, waaronder maar niet beperkt tot, softwareleveranciers.
- RDW: de Dienst Wegverkeer als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, van de Wet.
- Rijbewijzenregister: het register als bedoeld in artikel 126, eerste lid van de Wet.
- Overheidsorgaan: de in artikel 125a van de Wet bedoelde instanties waarvoor personen werkzaam zijn als boa.
- Regeling: de Regeling gegevensverstrekking uit het rijbewijzenregister.
- Wet: de Wegenverkeerswet 1994.
- Overheidsorganen gebruiken het aanvraagformulier op de website van de RDW voor een aansluitverzoek voor verstrekking van de pasfoto uit het rijbewijzenregister ten behoeve van voor hem werkzame boa’s.
- Het overheidsorgaan toont bij het aansluitverzoek door middel van een testrapport en een verklaring van de softwareleverancier aan dat de ingezette ICT-middelen borgen dat de pasfoto maximaal 30 seconden aan de boa wordt getoond en dat de pasfoto op geen enkele wijze wordt vastgelegd of opgeslagen.
- De RDW toetst of een aansluitverzoek door een overheidsorgaan wordt gedaan voor de taken zoals bedoeld in artikel 4, onderdeel g van de Regeling.
- De aansluiting vindt plaats tegen betaling van het verschuldigde tarief dat is bepaald in de Regeling tarieven Dienst Wegverkeer.
- De netwerkverbinding van het overheidsorgaan dient te voldoen aan vigerende overheidsstandaarden Digikoppeling Koppelvlakstandaard REST-API en Diginetwerk. Binnen deze koppelvlakstandaard is het gebruik van Federatieve Service Connectiviteit (FSC) per 1 januari 2027 verplicht.
- Om de aansluiting actueel te houden is het overheidsorgaan verplicht wijzigingen die zich voordoen in zijn taak, de gebruikte software of andere wijzigingen die relevant zijn voor de aansluiting onverwijld kenbaar te maken bij de RDW.
- De RDW verstrekt inzage in de pasfoto van Nederlandse rijbewijshouders ten behoeve van de identiteitsvaststelling van voor strafbare feiten staande gehouden meewerkende personen die niet op andere wijze kunnen worden geïdentificeerd door boa’s die werkzaam zijn voor overheidsorganen in de domeinen I en II.
- De gegevens worden verstrekt op grond van een aanvraag die een burgerservicenummer en een geboortedatum bevat.
- Het overheidsorgaan dient bij constatering van een niet-incidentele schending van het gegevensbeschermingsrecht, de RDW onverwijld op de hoogte te stellen.
Bij digitaal berichtenverkeer gelden de volgende voorwaarden:
- De beveiligingsmiddelen die toegang geven tot gegevens uit het rijbewijzenregister (waaronder pincodes, wachtwoorden of andere nummers) dienen adequaat te worden beschermd en beveiligd door het overheidsorgaan. Ze mogen door het overheidsorgaan nimmer ter beschikking worden gesteld aan onbevoegden.
- Het overheidsorgaan treft maatregelen die waarborgen dat de gegevens uit het rijbewijzenregister voor onbevoegden niet benaderbaar zijn via eventuele gerealiseerde of nog te realiseren verbindingen (zoals o.a. netwerkkoppelingen) en/of via het inschakelen van derden.
- Het overheidsorgaan dient bij (vermeend) misbruik of compromittering van beveiligingsmiddelen die toegang geven tot gegevens uit het rijbewijzenregister alle mogelijke maatregelen te nemen deze beveiligingsmiddelen buiten bedrijf te stellen (blokkeren/intrekken) en de RDW hiervan onverwijld op de hoogte te stellen.
- Het overheidsorgaan blijft onverkort verantwoordelijk voor alle handelingen die een derde in het kader van deze voorwaarden in zijn opdracht uitvoert en voor het nakomen van deze voorwaarden en het voorgeschreven beveiligingsniveau van de keten.
- Berichtenverkeer door derden (applicaties) naar de RDW dient altijd te zijn voorzien van de identiteit van het overheidsorgaan.
- Overheidsorganen dienen de RDW op de hoogte te stellen welke derden zij inzetten in het kader van deze verstrekking.
Algemeen
De Dienst Wegverkeer (hierna: RDW) is op basis van de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement Rijbewijzen beheerder en verwerkingsverantwoordelijke van het rijbewijzenregister. In dit register zijn gegevens van houders van een Nederlands rijbewijs opgenomen. Het doel van het rijbewijs is enerzijds om de rijvaardigheid aan te tonen. Daarnaast is het rijbewijs aangewezen als identiteitsdocument in de Wet op de identificatieplicht. De gegevens die op het rijbewijs zijn opgenomen worden bewaard in het rijbewijzenregister. Het rijbewijs bevat onder andere de pasfoto van de rijbewijshouder.
Organisaties die in aanmerking komen voor systematische gegevensverstrekking
Omdat een pasfoto een bijzonder persoonsgegeven betreft, wordt zeer terughoudend omgegaan met de verstrekking ervan. Tot 2018 was verstrekking alleen mogelijk op vordering van de Officier van Justitie. Nadien is gebleken dat verstrekking op vordering van de Officier van justitie in het kader van opsporing en toezicht onvoldoende was. Hierop is op wetsniveau de mogelijkheid gecreëerd om overheidsorganen te benoemen die voor systematische gegevensverstrekking in aanmerking kunnen komen. Bij wijziging van Staatscourant 2026, 11880 is bepaald dat ook werkgevers van buitengewone opsporing ambtenaren (hierna: boa's) hiertoe in aanmerking kunnen komen.
Aansluitvoorwaarden
In artikel 128, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 is grondslag voor het bepalen van de wijze van verstrekking van de gegevens en het tarief door de RDW opgenomen. Met deze voorwaarden geeft de RDW inzicht in de eisen voor het verkrijgen van (een aansluiting) voor gegevensverstrekking. Overheidsorganen die systematische gegevensverstrekking uit het rijbewijzenregister wensen, dienen hiertoe een verzoek in te dienen bij de RDW. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een aanvraagformulier voor een aansluiting. Het verzoek wordt getoetst op de wettelijke grondslag en de aansluitvoorwaarden. Zo toetst de RDW of een aansluitverzoek door een overheidsorgaan wordt gedaan en voor de taken in de Regeling. De taken zien op identificatie van personen die voor strafbare feiten (in de domeinen I en II) staande zijn gehouden door bij die overheidsorganen werkzame boa’s. Verder zijn er producteisen opgenomen in de Regeling waarvan het overheidsorgaan moet tonen aan de RDW dat daaraan voldaan wordt. Het tonen van de pasfoto gedurende maximaal 30 seconden kan worden gedocumenteerd door het overleggen van een rapport van een acceptatietest die de softwareleverancier heeft doorlopen onder verantwoordelijkheid van het overheidsorgaan. De RDW controleert deze eisen niet zelfstandig omdat het overheidsorgaan als boa-werkgever verantwoordelijk is voor de door hem gebruikte software en ICT-middelen. De eis dat de pasfoto niet wordt vastgelegd of opgeslagen kan worden is zeer moeilijk aan te tonen, waardoor gekozen is voor een verklaring van de softwareleverancier die wordt overgelegd door het overheidsorgaan. Andere middelen, zoals een assuranceverklaring voor deze eisen, staat niet in redelijke verhouding tot het doel, mede omdat dit een momentopname betreft. Om de aansluiting actueel te houden is het overheidsorgaan verplicht wijzigingen die zich voordoen in zijn taak, in de regeling waarop die taak is gebaseerd of andere wijzigingen die relevant zijn voor de aansluiting onverwijld kenbaar te maken bij de RDW.
Algemene voorwaarden bij verstrekking
Verstrekkingen van gegevens uit het register vinden plaats volgens de doeleinden en voorwaarden genoemd in de wet- en regelgeving en de aansluitvoorwaarden van de RDW. Deze voorwaarden zien specifiek op de wijze van verstrekken van de pasfoto uit het rijbewijzenregister door overheidsorganisaties ten behoeve van de identificatie van staande gehouden personen door buitengewone opsporingsambtenaren (hierna: boa) werkzaam in domein I en II die in publieke dienst zijn dan wel worden ingehuurd door de overheidsorganisatie die aanvrager en ontvanger van de gegevens is. Die personen moeten niet op andere wijze geïdentificeerd kunnen worden. Dit blijkt uit de Instructie Identificatieplicht op grond waarvan de raadpleging van het rijbewijzenregister enkel is toegestaan wanneer de identiteit niet op andere wijze zelfstandig door de boa vastgesteld kan worden. Het is verder aan het overheidsorgaan om er zorg voor te dragen dat slechts bevoegde boa’s toegang krijgen en behouden tot foto’s uit het rijbewijzenregister. Er worden geen gegevens van overleden personen verstrekt.
Overheidsorganen zijn gehouden tot een zorgvuldig gebruik van door de RDW verstrekte gegevens ten behoeve van een goede vervulling van de publiekrechtelijke taak en dienen erop toe te zien dat het belang en/of de fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer in het kader van de (uitvoeringswet) Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg), niet onevenredig wordt geschonden. Dit betekent dat het overheidsorgaan ervoor zorgdraagt dat de boa de door de RDW verstrekte gegevens uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor verstrekking plaatsvindt en dat de gegevens niet worden doorgeleverd. Het overheidsorgaan is verantwoordelijk voor de naleving van de eisen voor de bevraging van het rijbewijzenregister. Dit geldt eveneens voor de producteisen zoals genoemd in artikel 9a van de Regeling.
De meldplicht van overheidsorganen over schendingen (bijvoorbeeld op grond van de Wpg-audit) van het gegevensbeschermingsrecht maakt dat de RDW de taak kan uitoefenen zoals in de toelichting bij de Regeling vermeld is. Namelijk dat de RDW bij een schending van de AVG of Wpg die niet binnen afzienbare tijd door de boa-werkgever opgelost wordt, de verstrekking aan een organisatie stopzet. In het geval van een dergelijke schending is de verstrekking niet meer rechtmatig (art. 5 AVG). Daarom is het van belang dat de RDW daarvan op de hoogte wordt gesteld.
De voorwaarden zien ook op de verschillende (rechts)verhoudingen. Zo zal de RDW aan de aanvrager eisen stellen aan informatie, toegang en operationele beveiliging die feitelijk zullen moeten doorwerken aan de softwareleverancier die door de ontvangende overheidsinstantie wordt ingehuurd om de technische aansluiting te realiseren, maar waar de RDW geen contractuele relatie mee heeft en daarmee buiten de invloedssfeer van de RDW valt.