Veilig rijden via een overweg

Kies met uw exceptioneel transport liefst een route waarbij u niet over een spoorwegovergang hoeft te rijden. Kunt u een overweg niet vermijden? Zorg dan dat u veilig passeert. Bel ProRail als u twijfelt of dat binnen 15 seconden lukt.
  • Twijfelt u of u binnen 15 seconden een overweg kunt passeren? Laat ProRail dan maatregelen nemen: een baanvak afsluiten voor treinverkeer of iets anders.

    Neem minimaal 48 uur van te voren contact op met het beveiligingsbureau van ProRail: +31 (0) 84 084 99 07 (gratis, dag en nacht bereikbaar).
  • Een naderende trein activeert een automatische overweg.
    U heeft maximaal 15 seconden om een automatische overweg veilig te passeren voordat er een 2e trein aan kan komen.

    Signaal als er een trein aankomt

    1. U ziet 5 seconden rode lichten en hoort bellen.
    2. De volgende 12 seconden dalen de overwegbomen om de weg af te sluiten.

    Regels voor een veilige passage

    1. Passeer de overweg niet vanuit stilstand, maar vanuit een beweging. Dit betekent dat u minimaal 50 meter voor de slagboom optrekt en nooit óp de overweg.
    2. Let op alles wat uw snelheid kan beperken: bijvoorbeeld verkeer of een bocht aan de overkant van de overweg.
    3. U kunt beter een overwegboom breken dan botsen met een trein. Daalt de overwegboom en raakt deze uw vrachtwagen? De overwegboom zal in zo’n geval ‘beheerst’ breken.
    4. Wacht tot het rode licht gedoofd is, er kan nog een trein komen.
    5. Heeft uw voertuig stalen rupsbanden? Dan mag u de overweg niet passeren.
    6. Heeft u een dieplader? Kijk dan of er genoeg ‘bodemvrijheid’ is op diepladergevoelige overwegen. Deze zijn opgenomen op de digitale wegenkaart.
  • Maakt u gebruik van een dieplader? In de Digitale Wegenkaart Ontheffingen (DWO) staan de diepladergevoelige overwegen.

    U vindt ze zo:

    1. Open de DWO.
    2. Zoom in naar de overweg waarvan u de gegevens wilt zien.
    3. Vink ‘spoorwegovergang’ aan. Op de kaart verschijnen de overwegen als blauwe bolletjes.
    4. Klik met de rechter muisknop op de overweg en klik vervolgens op ‘toon details’.
    5. In het venster dat verschijnt, vindt u onder ‘spoorwegovergang details’ de gegevens over de vereiste ‘bodemvrijheid’ van de dieplader. Hierbij zijn de volgende gegevens van belang:
      • as-afstanden dieplader: het aantal meter tussen het hart van de laatste as vóór het diepladerbed tot het hart van de eerste as ná het diepladerbed
      • de hierbij behorende vereiste bodemvrijheid: het aantal centimeter dat er aan vrije ruimte tussen het wegdek en de onderkant van het diepladerbed minimaal beschikbaar moet zijn.

    Let op: in de DWO staan ook overwegen die niet diepladergevoelig zijn, maar die een LZV-goedkeuring (roodtijd-verlenging) hebben.

Heeft de informatie op deze pagina u geholpen?

niet goed erg goed