1. Het kentekenbewijs deel IA óf een kentekenbewijs op creditcardformaat (kentekencard).
  2. Een geldig legitimatiebewijs van degene aan wie u de kentekenplaten afgeeft.
  3. Een toestemming van de RDW voor het voeren van blauwe taxikentekenplaten (S301). De toestemming mag nog niet voorzien zijn van een droogstempel ‘RDW GAIK’.

In het kentekenregister moet staan dat het voertuig bestemd is voor gebruik als taxi. Worden er taxikentekenplaten afgegeven van het model 18.2, dan moet in het kentekenregister ook staan aangegeven dat kentekenplaten van het model 18.2 zijn toegestaan.

Omwisseling van taxikentekenplaten

Bij de afgifte van lichtblauwe kentekenplaten (taxikentekenplaten) met de reden 'omwisseling' moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Het kentekenbewijs deel IA óf een kentekenbewijs op creditcardformaat (kentekencard) moet bij afgifte getoond worden.
  • In het kentekenregister moet staan dat het voertuig bestemd is voor gebruik als taxi.
  • Een geldig legitimatiebewijs van degene aan wie u de kentekenplaten afgeeft, moet bij afgifte getoond worden.
  • De toestemming van de RDW voor het voeren van blauwe taxikentekenplaten ( S301) moet bij afgifte getoond worden. De toestemming mag nog niet voorzien zijn van een droogstempel ‘RDW GAIK’.
  • De toestemming van de RDW voor het voeren van lichtblauwe taxikentekenplaten moet bij afgifte voorzien worden van een droogstempel ‘RDW GAIK’. Een droogstempel met de vermelding ‘RDW GAIK’ wordt met behulp van een tang of pers in de 'toestemming van de RDW voor het voeren van blauwe taxikentekenplaten (S301)' geplaatst.
  • Voor afgifte van de taxikentekenplaten moeten er 2 gele kentekenplaten met het betreffende kenteken ingeleverd worden als de applicatie GAIK Online dit aangeeft. De ingenomen kentekenplaten moet u direct na ontvangst registreren en binnen 1 dag na ontvangst onbruikbaar maken.
  • U kunt taxikentekenplaten alleen per set van 2 afgeven.
  • Het kenteken en een eventuele duplicaatcode op de ingenomen kentekenplaten en de nieuwe kentekenplaten moeten overeenkomen.

Taxi niet meer in gebruik

Wordt een voertuig niet meer gebruikt als taxi, dan moeten de taxikentekenplaten direct worden omgewisseld. Bij de omwisseling van taxikentekenplaten moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

  • Een geldig legitimatiebewijs van degene aan wie u de kentekenplaten afgeeft, moet bij afgifte getoond worden.
  • Voor de afgifte van de kentekenplaten moeten er 2 taxikentekenplaten met het betreffende kenteken ingeleverd worden. De ingenomen kentekenplaten moet u direct na ontvangst registreren en onbruikbaar maken.
  • U kunt taxikentekenplaten alleen per set van 2 afgeven.
  • Het kenteken en een eventuele duplicaatcode op de ingenomen kentekenplaten en de nieuwe kentekenplaten moeten overeenkomen.

Registreren in GAIK online

De nieuwe kentekenplaten registreert u bij afgifte in de applicatie GAIK Online. Van de ingenomen kentekenplaten registreert u bij de gegevens van de nieuwe kentekenplaten de volgende items (in het proces ‘afgifte’):

  • de lamineercodes;
  • de modellen.

Taxi met taxikentekenplaten niet in bedrijfsvoorraad

Een taxi met taxikentekenplaten mag niet tot de bedrijfsvoorraad van een door de RDW erkend bedrijf behoren. U mag daarom geen taxikentekenplaten afgeven voor een voertuig met een nog niet te naam gesteld kenteken.