De duplicaatcode kan op 2 manieren op het kentekenbewijs deel IA vermeld zijn.   

  1. De duplicaatcode kan direct vermeld zijn op het kentekenbewijs deel IA .
  2. De duplicaatcode kan verwerkt zijn in de voertuigcode die voorkomt op een kentekenbewijs deel IA . De voertuigcode staat bij de ‘categorie code’ vermeld.

Kijk hier waar de duplicaatcode staat op het kentekenbewijs

Voor kentekenbewijzen waarop een voertuigcode voorkomt moet u de zevende positie van de voertuigcode aflezen om de duplicaatcode te bepalen, waarbij:

  • een streepje of de letter L op de zevende positie = duplicaatcode 00
  • de letter A of de letter M op de zevende positie = duplicaatcode 1
  • de letter B of de letter N op de zevende positie = duplicaatcode 2
  • de letter C of de letter O op de zevende positie = duplicaatcode 3
  • Dit loopt door tot de letters K en Z.

Duplicaatcode kentekenplaat

Kentekenplaten worden voorzien van een eigen duplicaatcode. Welke duplicaatcode op de kentekenplaat moet worden gezet, is afhankelijk van de reden van afgifte:

  • bij “Eerste afgifte”: geen duplicaatcode op de kentekenplaat (ofwel duplicaatcode is 00);
  • bij “Omwisseling”: de duplicaatcode van de in te nemen kentekenplaat;
  • bij “Vermissing”; de duplicaatcode zoals is aangegeven in de applicatie GAIK Online.

Is de duplicaatcode hoger dan 00, dan moet u de volgende kentekenplaten van de desbetreffende duplicaatcode voorzien:

  • de gele kentekenplaten met Euro embleem en NL -teken (de modellen 27.1, 27.2 en 27.10);
  • de taxikentekenplaten (de modellen 27.30 en 27.31);
  • de lichtblauwe en de gele bromfietskentekenplaten (de modellen 30.1 tot en met 30.4).

De duplicaatcode op de kentekenplaat bestaat uit 1 cijfer.

Modellen 27.1 en 27.30

Voor de kentekenplaten van de modellen 27.1 en 27.30 geldt dat de duplicaatcode 1 tot en met 9 boven de eerste streep wordt aangebracht. De duplicaatcode 10 tot en met 19, afgebeeld als 0 tot en met 9, wordt onder de eerste streep aangebracht.

Modellen 27.1, 27.2, 27.10, 27.25, 27.26 en 27.31

Op kentekenplaten van de modellen 27.1 voorzien van een kenteken met de lettercombinatie CD of CDJ, 27.2, 27.10, 27.25, 27.26 en 27.31 wordt de duplicaatcode 1 tot en met 9 linksboven naast het blauwe euro- embleem aangebracht. De duplicaatcode 10 tot en met 19, afgebeeld als 0 tot en met 9, wordt rechtsboven op de kentekenplaat aangebracht.

Modellen 30.1, 30.2 en 30.13 en modellen 30.3, 30.4 en 30.14

Op bromfietskentekenplaten van de modellen 30.1, 30.2 en 30.13 wordt de duplicaatcode links van het hologram aangebracht en op bromfietskentekenplaten van de modellen 30.3, 30.4 en 30.14 wordt de duplicaatcode linksboven aangebracht.