Kentekenplaten die voorzien moeten zijn van een lamineercode

De lamineercode bestaat uit 10 cijfers. Het eerste cijfer is het identificatienummer van de lamineerder. Het tweede en derde cijfer zijn de laatste 2 cijfers van de jaaraanduiding. De laatste 7 cijfers zijn het volgnummer van de blanco- kentekenplaat.

De volgende kentekenplaten moeten voorzien zijn van een lamineercode:

  • de gele kentekenplaten met Euro embleem en NL-teken (de modellen 27.1, 27.2 en 27.10);
  • de handelaarskentekenplaten (de modellen 27.11 tot en met 27.14, 30.5 en 30.6);
  • de taxikentekenplaten (van de modellen 27.30 en 27.31);
  • de lichtblauwe en de gele kentekenplaten van het model 18.2 (model Amerikaans);
  • de lichtblauwe en de gele bromfietskentekenplaten (de modellen 30.1 tot en met 30.4).

De verplichting om de lamineercode op de handelaarskentekenplaten (model 27.11 tot en met 27.14) en de kentekenplaten van het model 18.2 (lichtblauwe en gele kentekenplaat) te vermelden, is op 31 augustus 2002 ingegaan.