U moet de volgende gegevens registreren:

  • het documentnummer van het kentekenbewijs op creditcardformaat (kentekencard) of het kenteken met de bijbehorende meldcode;
  • bedrijfs- en pasnummer van de bedrijfsvoorraadpas (als er geen papieren kentekenbewijs of kentekencard is) en als het van toepassing is, de plaatafgiftecode die bij het kenteken hoort;
  • aard en nummer van het legitimatiebewijs van degene aan wie de platen zijn afgegeven (voorbeeld de R van rijbewijs en het nummer van het rijbewijs: 0123456789) en de landcode bij een buitenlands legitimatiebewijs. Hier vindt u een overzicht van de landcodes;
  • de lamineercode;
  • de duplicaatcode kentekenplaat;
  • de duplicaatcode papieren kentekenbewijs deel IA (bij reden afgifte “Eerste afgifte” en “Vermissing”);
  • het bedrijfsnummer van de bedrijfsvoorraadpas (bij een ongedateerd papieren kentekenbewijs deel IA );
  • de lamineercode van de ingenomen kentekenplaat;
  • het model van de ingenomen kentekenplaat;
  • de reden van afgifte (reguliere afgifte of omwisseling).