Wettelijk kader

De ontheffingverlening is vastgelegd in art.149a, 2e lid van de Wegenverkeerswet en het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer.

De wettelijk toegestane afmetingen voor het vervoer van ondeelbare lading (hiervoor is dus geen ontheffing nodig) zijn:

  • lengte ≤ 22 m
  • breedte ≤ 3 m
  • hoogte ≤ 4 m
  • massa ≤ 50.000 kg (60.000 kg voor kraanwagens)
  • aslasten normale as ≤ 10.000 kg (12.000 kg voor kraanwagens)
  • aslasten pendelas ≤ 16.000 kg

Ontheffing voor verkeerstekens (RVV1990)

De RDW heeft op grond van het Besluit ontheffingverlening exceptioneel vervoer de wettelijke taak om ontheffingsaanvragen te beoordelen, met u af te stemmen en waar mogelijk ontheffingen te verlenen.

Binnen die wettelijke taak valt ook de bevoegdheid om een ontheffing te verlenen voor een beperkt aantal verkeerstekens. Het betreft de artikelen 3, eerste lid, 10, 14, 23, eerste lid, 24, 42, 43, 62, voor zover het betreft de verkeerstekens C1, C2, C4, C6 tot en met C10 en C12, C17 tot en met 21, D1, D2, D4 tot en met D7, E1, E2, E5 tot en met E9, F7 en de verkeerstekens genoemd in de artikelen 73, 76, 77, 78 en 81 van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (zie bijlage 2 van de RVV voor een overzicht van de borden).

U bent verantwoordelijk om aan te geven welke wegen u vrij geeft voor exceptioneel transport. Besluit u om alle wegen vrij te geven? Dan geeft u automatisch vrijstelling voor de verkeerstekens op die wegen. De transporteur mag de verkeerstekens alleen op aanwijzing van de politie of de transportbegeleider passeren.