Op naam zetten via ‘Opdracht tot tenaamstelling’

De ‘Opdracht tot tenaamstelling’ is de belangrijkste stap om een tenaamstelling te regelen met eventueel een eenmalig verzendadres. De stappen zijn als volgt:

  • In de opdracht geeft u de gegevens op die nodig zijn voor de tenaamstelling, samen met het eenmalige verzendadres en de gegevens van de verantwoordelijke voor de voertuigverplichtingen. In geval het voertuig op naam moet komen van een natuurlijk persoon, dan worden de gegevens van de tenaamgestelde vastgelegd.
  • Het moment waarop de 'Opdracht tot tenaamstelling' moet worden opgevoerd, staat los van het bestelproces van het voertuig. Enige voorwaarde is dat de Opdracht tot tenaamstelling aanwezig is op het moment van de tenaamstelling. Als u deze opdracht gebruikt voor de tenaamstelling van een gebruikt voertuig, dan moet u het kenteken opgeven. Bij een nieuw en ongebruikt voertuig is het verstandig om het kenteken op te geven, maar het hoeft niet. Met opgaaf van kenteken kan de RDW tijdens de tenaamstelling controleren of de opdracht bij het door u bedoelde voertuig wordt gebruikt. Zonder opgaaf van kenteken is er een kans dat de dealer de opdracht per ongeluk bij de tenaamstelling van een ander voertuig gebruikt.
  • Het systeem controleert of er een 'Opdracht tot tenaamstelling' is aangevraagd voor het kenteken. Is dat het geval, dan krijgt u een waarschuwing als u te naam gaat stellen zonder de Opdracht tot tenaamstelling te gebruiken.
  • U voert de 'Opdracht tot tenaamstelling' op in een nieuwe dienst van de RDW. De RDW legt de gegevens vast. Voor grotere bedrijven kan het lonend zijn uw eigen administratie rechtstreeks te koppelen met die van de RDW via XML-berichtenverkeer. U krijgt meteen het te gebruiken opdrachtnummer. Ook krijgt u gegevens als geregistreerd BPM-bedrag en catalogusprijs.
  • Op een door u te bepalen moment stuurt u de 'Opdracht tot tenaamstelling' met opdrachtnummer door naar de afleverende dealer. Die bepaalt zelf het tenaamstellingsmoment.