De keuringsruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming. De keuringsruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de temperatuur in de keuringsruimte minimaal 10 graden Celsius is (zie art. 12 en 13 van de TBB).
De inrichting en afmetingen van de keuringsruimte zijn zodanig dat de voertuigen die behoren tot de groep waarvoor het contract is verleend, in deze ruimte kunnen worden opgesteld zodat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn.
In de keuringsruimte kan de administratie van de keuringen behoorlijk worden uitgevoerd.
In de keuringsruimte moet mobiele datacommunicatie (4G/5G) mogelijk zijn en er dient een voorziening aanwezig te zijn ten behoeve van het afdrukken van documenten, die door de RDW gemaild kunnen worden.
Een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind.
Waterpas van minimaal 2,00 m (alleen in geval van voertuigcategorieën T, C, R, S of U).