| Voorwaarde | Geldt bij testen/verifiëren | Geldt bij controleren technische staat |
|---|---|---|
| De keuringsruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming. De keuringsruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de temperatuur in de keuringsruimte minimaal 10 graden Celsius is. | ja | ja |
| De inrichting en afmetingen van de keuringsruimte zijn zodanig dat de voertuigen die behoren tot de groep waarvoor het contract is verleend, in deze ruimte kunnen worden opgesteld zodat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn. | ja | ja |
| In keuringsruimte die uitsluitend is bestemd voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers of mobiele machines is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd. | nee | ja |
| In de keuringsruimte kan de administratie van de keuringen behoorlijk worden uitgevoerd. | ja | ja |
| In de keuringsruimte moet mobiele datacommunicatie (4G/5G) mogelijk zijn en er dient een voorziening aanwezig te zijn ten behoeve van het afdrukken van documenten, die door de RDW gemaild kunnen worden. | ja | ja |
Een inspectieput of hijs- of hefinrichting is niet verplicht. De eerste 4 voorwaarden zijn alleen van toepassing indien een inspectieput of hijs- of hefinrichting aanwezig is en gebruikt wordt tijdens de keuring.
| Voorwaarde | Geldt bij testen/verifiëren | Geldt bij controleren technische staat |
|---|---|---|
|
In de keuringsruimte is een doelmatige inspectieput of hijs- of hefinrichting aanwezig. Deze is geschikt voor de groep voertuigen waarvoor het contract is verleend en is voorzien van een doelmatige verlichting. Wanneer niet duidelijk blijkt wat het draagvermogen van een hijs- of hefinrichting is, wordt hiervoor door de fabrikant of een onafhankelijk instituut een verklaring overgelegd. Het erkende bedrijf stelt in dat geval deze verklaring op aanvraag ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer. Het draagvermogen wordt zichtbaar op de hijs- of hefinrichting aangebracht. |
ja | ja |
|
De inspectieput en de hijs- of hefinrichting zijn zodanig uitgevoerd dat de APK-keurmeester in staat is de onderkant van een voertuig nagenoeg over de hele lengte rechtopstaand te inspecteren. Dit houdt in dat in een keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van:
|
ja | ja |
| De hijs- of hefinrichting kan ten minste vier wielen van het voertuig ondersteunen. | ja | ja |
|
De hijs- of hefinrichting is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud. Hefinrichtingen, (put)krikken incl. steunen etc. moeten voldoen aan de betreffende regelgeving en zijn geschikt zijn voor de te beoordelen voertuigen. Er dient te allen tijde een veilige situatie te zijn (dubbele veiligheid) als er kans is op beknelling. Voorbeelden hiervan zijn:
Let op: Wielheffers zijn alleen toegestaan als er geen werkzaamheden plaatsvinden in het kader van controleren van de technische staat (bijv. sturen of kracht zetten op kogels en/of fusees). Dit i.v.m. veiligheidsrisico’s. Waar wielheffers wel gebruikt mogen worden moeten deze voldoen aan de wettelijke vereisten (CE) en vergrendeld zijn wanneer de medewerker onder het voertuig gaat. |
ja | ja |
| De keuringsruimte voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers is geschikt voor de controle van de afstelling van de dimlichten, bedoeld in artikel 113 van de Aanvullende permanente eisen. | ja | ja |
| In de keuringsruimte is deze apparatuur aanwezig | Geldt bij testen/verifiëren | Geldt bij controleren technische staat |
|---|---|---|
|
Een doelmatige krik die voldoende draagvermogen heeft om van de voertuigen van de groep waarvoor het contract is verleend, de wielen van de voorste as gelijktijdig en de wielen van de achterste as afzonderlijk op zodanige wijze te kunnen heffen, dat deze vrij kunnen draaien. |
nee | ja |
|
Een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind. |
ja | ja |
|
Een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van:
|
nee | ja |
|
Een doelmatige schuifmaat die is voorzien van een meetstift voor dieptemeting. |
nee | ja |
|
Basisgereedschap voor de controle op het vastzitten van nagels en bouten en andere verbindingen, te weten een set steek- en ringsleutels, schroevendraaiers en een hamer, alsmede een bolkophamertje voor de controle op corrosie. |
nee | ja |
|
Een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp. |
nee | ja |
|
Hulpmiddelen om speling in voertuigonderdelen zichtbaar te maken, zoals een bandijzer, wielbewegingsapparaat of een koevoet. |
nee | ja |
|
Een doelmatige bandenprofieldieptemeter, met verende meetstift en een meetnauwkeurigheid van 0,1 mm. |
nee | ja |
|
Voor zware voertuigen en lichte voertuigen:
|
nee | ja |
|
Voor zware voertuigen (>3.500kg):
Voor landbouw- en bosbouwtrekkers:
Als het door de uitvoering, specificatie of verschijningsvorm van het voertuig nodig is, kan van deze voorwaarde worden afgeweken. |
nee | ja |
|
Tijdens werken op een hoogte boven 2,5 meter moet er een goedgekeurd valbeveiligingssysteem aanwezig zijn. Als het door de uitvoering, specificatie of verschijningsvorm van het voertuig nodig is, kan van deze voorwaarde worden afgeweken. |
ja | ja |
|
Verrijdbare ligkar/monteursbed bij de mogelijkheid hiermee de onderzijde te inspecteren. Als het door de uitvoering, specificatie of verschijningsvorm van het voertuig nodig is, kan van deze voorwaarde worden afgeweken. |
ja | ja |
|
Als uitgangspunt beschikt de contracthouder over een eigen, gekalibreerde weeginrichting op de keuringslocatie. Deze weging dient te allen tijde te worden uitgevoerd in het fysieke bijzijn van de RDW-inspecteur. Bij uitzondering kan gebruik worden gemaakt van een externe weeginrichting. In dat geval dient deze weeginrichting zodanig nabij de keuringslocatie te zijn gelegen dat de weging, inclusief de verplaatsing van en naar de weeginrichting, onder normale omstandigheden vlot en efficiënt kan worden uitgevoerd. Als uitgangspunt geldt dat de weeginrichting zich binnen een rijafstand over de reguliere weg op maximaal 5 kilometer van de keuringslocatie bevindt. |
ja | ja |
|
Bij gebruik van weegplaten of andere afzonderlijke weegvoorzieningen moet het voertuig tijdens de weging volledig horizontaal en op een voldoende vlakke en draagkrachtige ondergrond zijn opgesteld, zodat een betrouwbare vaststelling van de voertuigmassa mogelijk is. De RDW-inspecteur beoordeelt of aan deze voorwaarden wordt voldaan. |
ja | ja |